Dit weekend was een ware ontdekkingstocht. Niet dat ik woeste zeeën of dorre woestijnen moest overleven hoor. Het was eerder gewoon worden aan nieuwe smaken.
Het begon zaterdagmorgen, toen mama me voor de eerste keer een boterham gaf, met geplette banaan op. Ik had al wel een keertje geproefd van een boterham, maar helemaal hetzelfde was het tocht niet. Ik heb de boterham niet volledig opgegeten, maar er wel nog mee gespeeld.

Nadien kreeg ik een flesje melk en wou mama nog een yoghurtje eten. Nou, alswe dan toch nieuwe zaken aan het uitproberen zijn, wou ik daar ook wel eens van proeven.

Zondag mocht ik met mama en papa mee op restaurant. Pascal en Ilse hadden speciaal voor mij kabeljauw met aardappeltjes en worteltjes klaargemaakt.

Spijtig genoeg kreeg ik net op dat moment tandpijn en moets ik even rusten.
Toen mama aan haar soep begon werd ik wakker. Dat rook zo lekker. Bij elke lepel die naar mama’s mond vertrok hoopte ik dat hij naar mij kwam.

Mama had het snel door en gaf me meer dan de helft van haar soep. Zelfs verse garnaaltjes kreeg ik.

En omdat ik zo braaf was geweest mocht ik bovendien ook nog van het dessert van mama en papa proeven: aardbeitjes, framboosjes, tiramisu en chocolade.

Mmmmmm! Zo lekker dat ik er moe van werd….
